Taakomschrijving Permanente Commissie

Terms of Reference van de Permanente Commissie voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur.

Taak

De Wetenschapsvisie 2015 omschrijft de taak van de commissie als volgt:

"De commissie kijkt naar het geheel van de faciliteiten van universiteiten, wetenschappelijke instituten, toegepaste kennisinstellingen (TO2) en Rijksinstituten (o.a. KNMI) en zorgt voor afstemming ter voorkoming van suboptimale investeringen en ter bevordering van optimale benutting. Partijen uit de kenniscoalitie zijn hierbij betrokken. Anders dan in de huidige situatie, waarin ad-hoccommissies beslissingen nemen over investeringen in infrastructuur, heeft deze commissie een voortdurend oog voor investeringskansen in wetenschappelijke infrastructuur. De middelen in de eerste en de tweede geldstroom worden op een slimme en transparante manier ingezet, waarbij samenhang wordt gezocht met de investeringen in faciliteiten van toegepaste kennisinstellingen. We volgen hiermee de aanbevelingen uit het AWT-advies Maatwerk in onderzoeksinfrastructuur.

We vragen universiteiten, instituten en toegepaste kennisinstellingen de inzet van infrastructurele middelen inzichtelijk te maken en we vragen de universiteiten en instituten bij investeringen in te spelen op de roadmap en daar periodiek verslag van te doen. Op deze wijze worden ook de bijzondere kosten die universiteiten, instituten en toegepaste kennisinstellingen maken voor het in stand houden van (technische) onderzoeksinfrastructuur, …., meer transparant. Dit helpt de permanente commissie in het maken van een integrale afweging over investeringen in infrastructuur.

De middelen in de tweede geldstroom zijn voor vernieuwing in de wetenschappelijke infrastructuur. Deze worden door NWO in afstemming met de permanente nationale commissie toegewezen. Het kabinet gaat nader onderzoeken hoe met de middelen uit het Toekomstfonds kan worden bijgedragen aan hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten, voor zowel toegepast als fundamenteel onderzoek.

We verbinden de beschikbare middelen voor infrastructuur met de middelen uit de regio, van onderzoeksinstituten, private partijen en de instellingen voor toegepast onderzoek (pooling). Zo bereiken we maximale synergie, zowel in investeringen, als in het benutten van infrastructuur. De permanente commissie zal daarom ook in contact moeten zijn met deze partijen door hen te betrekken en op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen."

Opdracht

De opdracht van de commissie bevat de volgende elementen:

  • Het (laten) opstellen van een landschapsanalyse met zowel de beschikbaarheid van als de behoefte aan grootschalige onderzoeksfaciliteiten. De landschapsanalyse omvat het geheel van faciliteiten van universiteiten, wetenschappelijke instituten, toegepaste kennisinstellingen (TO2) en Rijksinstituten (o.a. KNMI). Hiervoor zal tevens de beschikbaarheid van faciliteiten in het buitenland, die voor Nederlandse onderzoekers beschikbaar zijn, moeten worden geïdentificeerd. Ook het identificeren van 'witte vlekken' hoort hierbij.

  • Het opstellen van een Nederlandse roadmap voor grootschalige wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten met breed gedragen strategische kaders. De roadmap richt zich op wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten. De roadmap omvat bestaande en de behoefte aan nieuwe faciliteiten die voor de ontwikkeling van de wetenschap in Nederland van groot belang zijn.

    Bij het opstellen van de Nederlandse roadmap houdt de commissie o.a. rekening met:

    1. het belang van een faciliteit voor de ontwikkeling van de betreffende wetenschapsgebieden in het licht van de verwachte ontwikkelingen in deze wetenschapsgebieden
    2. de omvang en internationale positie van de betreffende wetenschapsgebieden in Nederland
    3. het belang van een faciliteit voor het beantwoorden van maatschappelijke vragen en de maatschappelijke en economische impact, teneinde de valorisatie van kennis te vergroten
    4. de beleidskaders en de wetenschappelijke prioriteiten die in Nederland en Europa zijn/worden opgesteld (Wetenschapsagenda, ESFRI)
    5. de voortgang van de opbouw, de toegevoegde waarde en de continuïteit van de faciliteiten op de vorige roadmap
    6. de mogelijkheden om gebruik te maken van faciliteiten in het buitenland
  • Het adviseren over c.q. het formuleren van voorwaarden voor de organisatie van een wetenschapsgebied in termen van samenwerking en netwerkvorming, die een optimaal gebruik van een toekomstige faciliteit door dat gebied mogelijk maken en daarmee een investering rechtvaardigen.

  • Het adviseren over zaken die van belang zijn om een infrastructuur tot een succes te laten worden, zoals management, businessplannen, financieringsmodaliteiten, de mogelijkheden voor publiek-private samenwerking en toegankelijkheid. Hierbij sluit de commissie zoveel mogelijk aan bij best practices die internationaal beschikbaar zijn.

  • Het adviseren over de balans in infrastructuurbehoeften van de verschillende wetenschapsdomeinen, alfa/gamma, leven/medisch, en bèta/techniek.

  • Het verkennen van mogelijke medefinanciers, zowel regionaal, nationaal als Europees, het stimuleren van het gebruik van verschillende nationale en Europese mogelijkheden voor financiering, en het stimuleren van het gebruik van nieuwe ideeën om tot financiering te komen

  • Het adviseren over de criteria die naast de strategische kaders en voorwaarden gebruikt zullen worden voor de beoordeling van de individuele aanvragen voor faciliteiten.

  • Het adviseren over hoe het best kan worden voorzien in een nationale ICT-onderzoeksinfrastructuur mede in relatie tot de nationale roadmap.

  • Het adviseren over de lange termijn inzet van de middelen voor de Nederlandse roadmap voor grootschalige wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten, zodat ongewenste kapitaalvernietiging wordt voorkomen en ruimte blijft voor nieuwe ontwikkelingen.

  • Het adviseren over het aangaan dan wel beëindigen van internationale commitments door Nederland.

  • De commissie kan ook op eigen inzicht wensen of lacunes aan faciliteiten in wetenschapsgebieden signaleren en eventueel onderzoekers of instituten hierop wijzen.

Procedure

De permanente commissie biedt de Roadmap aan de raad van bestuur van NWO aan. De Permanente commissie adviseert de raad van bestuur van NWO. De raad van bestuur stelt de roadmap niet eerder vast dan nadat overleg met OCW/EZ heeft plaatsgevonden. Op basis van deze adviezen stelt de raad van bestuur de kaders vast voor de beoordeling van de specifieke voorstellen voor faciliteiten van de Nederlandse roadmap voor grootschalige wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten.

Deze beoordeling vindt plaats door een separate door NWO in te stellen commissie. De door de raad van bestuur vastgestelde kaders zijn leidend voor de werkzaamheden van de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie adviseert de raad van bestuur van NWO over de verdeling van de middelen voor grootschalige wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten.

Profiel leden PC-GWI

Bij de samenstelling van de commissie zijn de volgende punten van belang:

  • De leden van PC-GWI worden op persoonlijke titel benoemd.

  • De leden van PC-GWI zijn met het oog op complementaire expertise zorgvuldig geselecteerd.

  • Naast expertise zal tevens rekening worden gehouden met diversiteit in de commissie (zoals spreiding over instellingen en genderbalans).

  • Bij de samenstelling wordt rekening gehouden met de NWO Code advisering strategie en beleid.

  • Bij de benoeming van de PC-GWI in 2015 is er een Terms of Reference geformuleerd en gepubliceerd waarin de taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en profiel van de PC-GWI zijn neergelegd (zie hier). Een lid wordt benoemd voor een termijn van 4 jaar met een mogelijkheid tot verlenging met een tweede termijn van in principe vier jaar.

  • In het algemeen bezitten de leden van de commissie een hoog wetenschappelijk of maatschappelijk profiel en hebben zij een brede betrokkenheid bij de wetenschap. Zij genieten binnen de wetenschap en/of in de samenleving grote erkenning en gezag.

  • Leden bezitten een brede kijk op en overzicht over wetenschapsontwikkelingen en trends die uitstijgt boven de kaders van de eigen disciplinaire achtergrond en hebben een strategische visie daarop.

  • Leden beschikken over de bestuurlijke ervaring om grote wetenschappelijke en financiële belangen te kunnen afwegen, keuzes te kunnen maken en besluiten te nemen (en te verdedigen) over strategische beleidskaders en de uitwerking daarvan in een internationale context.

Voorts beschikken de leden over de volgende meer specifieke expertise:

  • Kennis van het Nederlandse onderzoeklandschap met name ten aanzien van onderzoeksinfrastructuren en het internationale perspectief.

  • Ervaring met het nationale en internationale beleid op het gebied van onderzoeksinfrastructuren, ook in relatie tot andere beleidsterreinen (wetenschap, topsectoren, innovatiebeleid).

  • Kennis van internationale ontwikkelingen in de planning, inbedding en financiering van grote onderzoeksinfrastructurele faciliteiten en de aansluiting op de bestaande onderzoeksinfrastructuur.

  • Inzicht in en kennis van specifieke wetenschapsdomeinen en de plaats van en behoefte aan onderzoeksinfrastructuur bij deze domeinen, inclusief de voorwaarden die nodig zijn om deze infrastructuur tot een succes te maken.

De voorzitter van de commissie beschikt daarnaast over een breed netwerk in wetenschap en samenleving en politiek.